< terug
interview Rob van Kranenburg


Interview met

Rob van Kranenburg

Stelt u zich voor: u loopt de HEMA in en krijgt vrijwel meteen een persoonlijke aanbieding. Sokken, drie paar voor de prijs van twee. Perfect! Vanochtend moest u nog twee verfomfaaide sokken bij elkaar scharrelen omdat alle respectabele paren in de was bleken te zitten. Hoog tijd voor extra sokken dus.

Is het toeval dat de HEMA u sokken aanbiedt? U weet wel beter. U trekt uw broekspijpen iets omhoog en kijkt eens goed. Inderdaad: HEMA-sokken, de één vermoedelijk twee, de andere zo'n drie jaar oud. Maar hoe oud ze ook zijn, de microchips met radio-antenne in de sokken werken nog perfect. Zodra u de HEMA betrad werden deze zogeheten tags geactiveerd en de bijbehorende gegevens over de sokken uitgelezen. Deze gegevens werden vervolgens razendsnel verwerkt en omgezet in een persoonlijke aanbieding. Ziehier de zegeningen van RFID, denkt u, en slaat meteen flink wat sokken in.
Okee, het gebeurt nog niet. Maar om de toepassing van RFID als verre toekomstmuziek te beschouwen voert te ver. Aan de achterkant van hun bedrijfsvoering zijn bedrijven er al volop mee bezig. En het is niet al te ingewikkeld om in korte tijd de toepassing van RFID naar de voorkant te brengen waar consumenten er direct mee geconfronteerd zullen worden. De techniek werkt. Tijd dus om scenario's te bedenken voor een acceptabele inzet van deze techniek.

"Begrijp me goed, ik ben geen activist.
Integendeel. Een keihard 'nee' vanuit de samenleving tegen RFID - bijvoorbeeld uit privacy overwegingen - is in mijn ogen een ramp." Aan het woord is Rob van Kranenburg. Hij is als denker en docent werkzaam op het kruispunt van kunst, cultuur, maatschappijvraagstukken en ICT. Zijn centrale stelling: willen bedrijven wezenlijk profiteren van RFID dan moeten ze het gesprek aangaan. Consumenten een gevoel van onderhandelbaarheid geven. En consumenten moeten op hun beurt leren omgaan met een gedistribueerde vorm van het eigen zijn. Wennen aan het feit dat hun privacy verandert in privacies.

"Na de mislukte UMTS-voorspellingen en het uiteen spatten van de dotcom zeepbel kan je niet meer aankomen met een groot verhaal, zegt Rob van Kranenburg. "En dat is onhandig want RFID ís een groot verhaal. Op zich is het niet nieuw, onze fietsen en huisdieren zijn allang uitgerust met een chip. Maar de onvermijdelijkheid dat alle spullen die ons omringen binnenkort voorzien zijn van tags die in principe willekeurig waar kunnen worden uitgelezen, maakt dat we na moeten denken over de consequenties. Je praat over een overweldigende connectiviteit, een web der dingen, waarin alles met alles 'praat'. Hoe is het om te leven in een Harry Potter wereld? Waarin de plant praat met de gieter en alleen al zoiets onbeduidends als een pak melk onthoudt waar het allemaal is geweest?

"Een dergelijke wereld is al onvoorstelbaar, maar daar komt bij dat we zelf zullen moeten wennen aan het feit dat we niet alleen aan ons fysieke lichaam vastzitten, maar ook over zoiets als een 'datalichaam' beschikken. Welke gegevens laat je bewust of onbewust achter als je ergens bent geweest? Als je de consequenties van RFID doordenkt voor de definitie van ons 'zelf' beland je automatisch bij de meest gedistribueerde vorm van zijn. En heb je dus niet langer je privacy te beschermen maar meerdere privacies.

"RFID roept al snel onzekerheid en zelfs angst op. Het is niet voor niks dat Katherine Albrecht zo ongelooflijk veel aandacht van de media krijgt voor haar belangenorganisatie Consumers Against Supermarket Privacy Invasion and Numbering (CASPIAN). Zij belichaamt het protest tegen de sluipende invoering van RFID. Spy chips, zo noemt ze RFID. Letterlijk. Als fabrikanten en retailers inderdaad van maandag op dinsdag overgaan op RFID - wat heel goed kan - dan breekt er een storm van protest los. Niet van hackers, krakers, anti globalisten en andere marginalen, maar van doodgewone consumenten die het echt niet pikken om zo buitengesloten te worden.

"Wil RFID werken dan denk ik dat bedrijven een andere taal moeten hanteren. RFID speelt zich voor hen af in een context van 'de slimme barcode'. Turning your supply chain into a value center. Dat soort taal. Dat is gevaarlijk in de zin dat dat nu juist een tegenreactie teweegbrengt. Want waar is de consument? Bedrijven zullen de dialoog moeten zoeken, met alle stakeholders. En met consumenten in het bijzonder. Die moeten een gevoel van onderhandelbaarheid krijgen.
Ja, dat draait vooral om het gevoel. Ik schat in dat slechts tien procent van de consumenten wezenlijke onderhandelingsruimte wil.
"Zelf probeer ik met anderen vanuit zoveel mogelijk invalshoeken na te denken over de inzet van RFID. Vanuit de hoek van de multimedia maar ook juridisch, politiek, beleidsmatig, marketingtechnisch en noem maar op. Scenario's bouwen noem ik dat. Wanneer we het met z'n allen voor ons zien is het veel makkelijker om de technologie tot ieders voordeel aan te wenden. En er gekke, onverwachte en speelse dingen mee te doen. RFID is te leuk om alleen beheersmatig in te zetten."

Wat is RFID?
Radio Frequency Identification (RFID) is een technologie waarbij objecten van een tag worden voorzien (een microchip met een radiofrequentie antenne). De tag slaat op een gestructureerde wijze gegevens op en definieert zo het object. Door gebruik te maken van radiogolven, opgewekt door een elektromagnetisch veld, kan een lezer de tag activeren en automatisch gegevens over het object ontvangen. De lezer stuurt vervolgens de gegevens door naar een computer die ermee in verbinding staat en die de gegevens verwerkt. Al dan niet zal de computer input geven aan de lezer, die op zijn beurt de aangepaste gegevens terug communiceert naar de tag.
(Bron: ean belgilux)

Gepubliceerd in Nexo najaar 2004
Uitgave: The Vision Web
Tekst: Marielle Roozemond